top of page
  • Tinne Horemans

10.23 Een man mag een overspelige vrouw doden, schrijft Cato de Oudere

Hierbij een passage uit een redevoering van M. Cato over de zeden en de drank (Lat. victu) van vrouwen uit oude tijden (Lat. mulierum veterum); en daarbij aansluitend over het destijdse recht van de man om zijn vrouw (Lat. uxorem) te doden als hij haar op overspel betrapte.


Vrouwen en drank in oude tijden


1 Auteurs die schreven over de levensstijl en manier van leven van het Romeinse volk, beweren dat vrouwen in Rome en in Latium "sober leefden". Daarmee bedoelden ze dat vrouwen zich ten alle tijde verre hielden van wijn (1) - temetum in archaïsch Latijn (Lat. prisca lingua). Ook beweren ze dat volgens een gevestigde gewoonte vrouwen hun naaste verwanten (Lat. cognatis) een kus moesten geven zodat ze hen zouden betrappen als ze wat gedronken hadden. De geur zou het oordeel vellen (2).


2 Verder schrijven ze dat vrouwen gewoonlijk nawijn [Lat. lorea] dronken, of wijn gemaakt van gedroogde druiven [Lat. passum] of wijn gekruid met mirre [Lat. murrina]; en andere zoete dranken met soortgelijke smaak.


3 Dit is natuurlijk algemeen bekend, het staat in de boeken waarover ik het net had. Maar Marcus Cato meent dat deze vrouwen niet alleen op hun daden beoordeeld werden, maar ook bestraft door een rechter. En die straf was niet lichter voor vrouwen die wijn hadden gedronken dan voor vrouwen die ontucht of overspel hadden gepleegd.


Vrouwen en overspel in oude tijden


4 Ik schreef Marcus Cato's woorden over uit zijn redevoering De bruidsschat (3). Hierin schreef hij ook dat een man (Lat. maritis) het recht had zijn vrouw te doden als hij haar op overspel betrapte: "Wanneer een man (Lat. vir)", schrijft hij, "zich heeft laten scheiden van zijn vrouw, neemt een rechter de plaats in van de censor (4). Hij kan naar eigen goeddunken over haar een besluit nemen (Lat. imperium). Als deze vrouw iets verkeerds of walgelijks heeft gedaan, krijgt ze straf (Lat. multatur, lezing Marache). Als ze wijn heeft gedronken, als ze iets oneervols heeft gedaan met een andere man, wordt ze (ter dood) veroordeeld (Lat. condemnatur) (5)."


5 Over het recht om te doden stond er verder (Lat. autem) dit: "Als jij je vrouw zou betrapt hebben op overspel, zou je haar gedood hebben (6); straffeloos, zonder vorm van proces. Maar zij, als jij overspel zou hebben gepleegd of tot overspel verleid zou zijn, zij zou jou met geen vinger aan durven hebben raken; zij had dat recht ook niet."


Hermeneus:


Ik schreef Marcus Cato's woorden over uit zijn redevoering ‘De bruidsschat’. Hierin schreef hij ook dat een man het recht had zijn vrouw te doden als hij haar op overspel betrapte: "Wanneer een man", schrijft hij, "zich heeft laten scheiden van zijn vrouw, dan oordeelt hij over de vrouw als een censor. Hij kan naar eigen goeddunken over haar een besluit nemen. Als deze vrouw iets verkeerds of onterends heeft gedaan, krijgt ze straf. Als ze wijn heeft gedronken, als ze iets schandelijks heeft gedaan met een andere man, wordt ze ter dood veroordeeld."


Over het recht om te doden stond er verder dit: "Als jij je vrouw betrapte op overspel, zou je haar doden; ongestraft, zonder vorm van proces. Maar zij zou jou, als jij overspel pleegde of tot overspel verleid zou zijn, met geen vinger aan durven raken; zij heeft dat recht ook niet." (AN 10.23 4-5)


Noten bij de vertaling


(1) Cicero, Plinius, Valerius Maximus, Polybius en Plutarchus keuren dit verbod goed, want dronkenschap zou tot overspel leiden: Marache (2002) 223.


(2) Volgens Polybius (6,2, 3-8) gaat het hier om een toezicht waaraan de vrouw nauwelijks kan ontsnappen.


(3) We weten niets over deze toespraak, die nergens anders wordt geciteerd. De tekst levert aanzienlijke interpretatieproblemen op. Ten eerste is 'divortium' vreemd. Het lijkt erop dat de man die zijn vrouw heeft verstoten geen rechten meer op haar heeft en haar niet kan straffen. Daarom hebben Lipsius en Gronove geprobeerd een ontkenning in te voeren, nisi of ni. Dit wordt niet meer gedaan omdat de overtuiging van de vrouw van groot belang was bij echtscheiding; het stelde de man in staat om een deel van de bruidsschat te behouden, zo niet alles, met name door middel van de actio rei uxoriae, waarvan het vroegst bekende voorbeeld het vonnis is dat Marius velde in een frauduleus geval (Val. Max. 8,2,3). Het lijkt er bovendien op dat in zo'n geval het vonnis niet aan de echtgenoot, maar aan de vader of de verwanten had moeten worden gegeven, bij afwezigheid van een aangewezen iudex die geen familielid was: dit was het geval na de lex Iulia afgekondigd door Augustus. Maar de echtgenoot had het recht om zich bij dit tribunaal aan te sluiten, zo niet om het voor te zitten: Marache (2002) 224


Holford-Strevens 311: Since the husband had already divorced the wife (divortium fecit), it is the judge who stands in for the censor, i.e. iudex is a new subject, not predicative (andere interpretatie).


(4) Romeinse ambtenaar die om de vijf jaar gekozen werd en achttien maanden effectief in functie bleef om de vijfjaarlijkse volkstelling en vermogensschatting door te voeren. Als neventaak had hij de controle op de publieke moraliteit, met het recht een blaam (nota censoria) te geven of straffen op te leggen, bv. verhoging van de belastingen, het ontnemen van het stemrecht of schrapping uit de lijst van de senatoren of de equites. De censoren (er waren er altijd twee) hadden een zeer groot moreel gezag en gewoonlijk moest men al consul geweest zijn eer men voor dat ambt in aanmerking kwam: Lenaers (2006) 112


Sommige commentatoren (Wolff*) wilden de tekst in overeenstemming brengen met §3, overwegend dat de rechter (iudex) niet de echtgenoot is. Maar volgens Marache is er dan geen overeenstemming meer met de volgende zin over de absolute macht van de man.


Deze uitspraken hebben overigens geen enkele juridische waarde: de censor heeft niets te zeggen over de vrouw die nog onder de manus van haar man of vader is. Overspel was niet strafbaar tot de wetten van Augustus. Er wordt hier een vergelijking gemaakt tussen de macht van de echtgenoot en de macht van staatsfunctionarissen over burgers. De macht over leven en dood van de militaire leider (imperium) geldt enkel als een metafoor voor de macht van de echtgenoot, die juridisch enkel manus wordt genoemd: Marache (2002) 224-225


(5) Over deze passage bestaat discussie. Heel de betekenis van deze passage ligt in de interpunctie en de tegenstelling tussen multare en condemnare. Hoewel de tweede term eerder op een lijfstraf duidt, betekent het niet noodzakelijk 'ter dood veroordelen'. De traditionele interpretatie plaatst een puntkomma [voor judex] voor multatur en een puntkomma na bibit. [Dat levert deze vertaling op:


Hij kan naar eigen goeddunken over haar een besluit nemen, als de vrouw iets onfatsoenlijks of schandelijks heeft gedaan. Hij geeft haar een straf (Lat. multitatur), als ze wijn drinkt. Als ze iets oneervols heeft gedaan met een andere man, wordt ze (ter dood) veroordeeld (condemnatur)."


Volgens deze lezing krijgt de vrouw voor wijn drinken een straf (Lat. multa), wat in dit geval een aftrek zou zijn van de bruidsschat. Op overspel daarentegen staat een straf die de doodstraf zou kunnen zijn. Maar volgens Wolff (*) gaat het hier in wezen niet om twee verschillende straffen. Er zijn sporen van een oude wet die de verwanten van een vrouw die wijn heeft gedronken de toestemming geven haar te doden. Volgens Plinius vertelt Fabius Pictor een verhaal over een Romeinse getrouwde vrouw die door haar verwanten tot de hongerdood werd veroordeeld omdat ze het kistje met de sleutels van de wijnkelder had geforceerd. Ook is er het verhaal over Egnatius Maetanninus die zijn vrouw had doodgeknuppeld toen hij haar onder een wijnvat vond. Hij werd vrijgesproken door Romulus: Marache (2002) 225.


(6) Het recht om een vrouw te doden bij overspel lijkt in overeenstemming te zijn met het oudste recht. In historische tijden was de straffeloosheid van de moordzuchtige echtgenoot in zo'n geval eerder het gevolg van inschikkelijkheid dan van een echt recht; vgl. Plut, Rom. 22. De lex Iulia kent dit recht toe aan de vader en niet aan de echtgenoot (zie voetnoot 2). Maar de man die de manus heeft, heeft een recht recht te spreken over zijn vrouw, vgl. Tacit, Ann. 13,32. Het alternatief (sive tu adulterarere) slaat hier nergens op en is mogelijk geïntroduceerd door een lezer die het parallellisme compleet wilde maken: in Rome werd normaal gesproken niet gedacht dat een man het slachtoffer kon worden van de verleidingen van een vrouw. Sommigen hebben het opgevat als homoseksuele liefdesaffaire, wat niets toevoegt aan de plausibiliteit van het verhaal: Marache (2002) 183.


Vertaling Hunink (p. 79-80):

Als een man een scheiding heeft doorgevoerd, is de rechter voor de vrouw als een censor; hij heeft de macht die hem goeddunkt, als door de vrouw iets volkomen verkeerds of onterends is gedaan; zij krijgt straf als zij wijn heeft gedronken; als zij met een andere man iets schandelijks heeft gedaan, wordt zij veroordeeld.


Als jij je vrouw bij overspel betrapte, zou je haar zonder rechterlijk oordeel straffeloos doden; zij zou jou, als je overspel pleegde of met jou liet plegen, met geen vinger durven te beroeren, en dat is ook niet rechtmatig.


Literatuur


R. Marache, Aulu-Gelle. Les Nuits Attiques. Livres V-X (Parijs 2002)


J.C. Rolfe, Aulus Gellius. The Attic Nights. Books 6-13 (Londen 1946)


L. Holford-Strevens, Aulus Gellius. An Antonine Scholar and his Achievement (Oxford 2005)




bottom of page