top of page
  • Tinne Horemans

10.6 Aristocrate krijgt boete omdat ze schaamteloze dingen zei

De plebejische aedielen (1) gaven de dochter van Appius Caecus, een vrouw van goede komaf (Lat. mulieri nobili), een boete omdat ze schaamteloze dingen had gezegd.


1 Niet alleen schaamteloze (Lat. petulantiores) daden werden door de staat bestraft, ook schaamteloze woorden. Het was een manier, dat is duidelijk, om elke aanval op de waardigheid van de Romeinse mores af te wenden.


2 Op een goeie dag bezocht de dochter van de beroemde Caecus openbare spelen (Lat. ludi). Toen ze de tribune wilde verlaten, werd ze door de op en neer deinende massa van mensen die samenstroomden, heftig heen en weer geslingerd. Zodra ze zich los had weten te wringen, hief ze de armen omhoog (2): "Hoe ruw ben ik behandeld! Wat had mij kunnen overkomen! Met hoeveel meer kracht zou ik zijn samengedrukt en in het nauw gedreven, als mijn broer, P. Claudius, tijdens een zeeslag geen vloot zou hebben verloren met daarop een enorm aantal medeburgers (3)! Want als de mensenmassa vandaag nog groter zou zijn geweest, dan had dit mijn ondergang betekend! Zo'n massa had me zonder enige twijfel platgedrukt! Oh, lieve hemel, stond mijn broer maar uit de doden op! Stuurde hij maar een andere vloot naar Sicilië! Om dat dat rapaille, dat mij - oh arme ik - zo ploerterig heeft samengedrukt, te gronde te richten!"


3 De woorden van deze vrouw waren zo schaamteloos (Lat. inproba) en zo onbeschaafd (Lat. incivilia) dat twee plebejische aedielen, C. Fundanius en Tiberius Sempronius (4), haar veroordeelden tot een boete van 25.000 kopermunten (5).


4 Ateius Capito meldt in zijn werk Over het strafrechtelijk onderzoek (6) (*) dat dit verhaal plaatsvond tijdens de eerste Punische Oorlog, toen Fabius Licinus en Otacilius Crassus consul waren (8).


Noten bij de vertaling


(1) Een aediel is een Romeins ambtenaar, belast met het onderhoud van de tempels (aedes) en met de organisatie van de openbare spelen (Lat., ludi). Er waren er vier: twee uit het plebs: aediles plebis, en twee patricische: aediles curules, zo genaamd omdat ze recht hadden op de sella curulis, de met ivoor ingelegde stoel zonder leuning die gereserveerd was voor de hoogste Romeinse ambtenaren: Lenaers (2006) 111.


De twee plebejische aedielen (aediles plebis) werden voor het eerst aangesteld door de volkstribunen in 494 v. Chr. (zie NA 27.21.11), en de aanduiding plebis werd misschien niet toegevoegd tot de aanstelling van twee curulische aediles in 388 v. Chr. De plebejische aedielen assisteerden de volkstribunen, maar hadden ook het recht onafhankelijk te handelen, zoals in bovenstaand essay: Rolfe (1946) 232-233.


(2) Marache: dicteret; Rolfe: doleret (ik kies voor doleret)


(3) De nederlaag van Publius Claudius Pulcher in Sicilië (249 v. Chr.) zou veroorzaakt zijn door zijn gebrek aan respect voor de Romeinse religieuze gebruiken. Toen hem werd aangeraden het gevecht niet aan te gaan omdat de heilige kippen weigerden te eten, gooide hij de kippen overboord met de woorden: “Als ze niet willen eten, laat ze maar drinken.” (Sue. Tib. 2.2; Liu., Epit. 19; Val. Max. 8.11, abs. 4.): Marache (2002) 157.


(4) C. Fundanius veroordeelde Publius Claudius Pulcher in 249 v. Chr., zijn zus in 246 v. Chr. Hij was consul in 243 v. Chr. Tiberius Sempronius Gracchus, aediel in 246 v. Chr., was consul in 238 v. Chr.: Marache (2002) 219.


(5) Aes gravis of aes libralis verwijst naar een oude munt, toen de as gelijk was aan ongeveer 300 gram koper of brons: Rolfe (1946) 233.


(6) Ateius, Frag. 6 Strzelecki: Marache (2002) 219. De Latijnse titel van Ateius Capito's boek is: De Iudiciis Publicis. Dit werk is niet overgeleverd: https://diotima-doctafemina.org (geraadpleegd op 11/11/ '23). Meer uitleg over de iudicium publicum vind je hier.


(7) De twee waren consul in 246 v. Chr.


Literatuur


R. Marache, Aulu-Gelle. Les Nuits Attiques. Livres V-X (Parijs 2002)


J.C. Rolfe, Aulus Gellius. The Attic Nights. Books 6-13 (Londen 1946)



コメント


bottom of page