top of page
  • Tinne Horemans

12.1 Een vrouw uit de hogere klasse moet haar kind zelf zogen, zegt Favorinus

Hierbij een betoog van filosoof Favorinus, waarin hij een vrouw van goede familie [Lat. nobilis femina] de raad geeft haar kind met haar eigen melk te voeden, en niet met de melk van een uitheemse min [Lat. nutrix].


Gellius en Favorinus bezoeken kersverse moeder

1 Wij waren erbij toen filosoof Favorinus op een dag het bericht ontving dat de vrouw van een trouwe leerling van hem net bevallen was. Ze had haar man verblijd met de geboorte van een zoon (1).

2 "Laten we de moeder in het kraambed een bezoekje brengen en de vader feliciteren", zei Favorinus.

3 De vader was van goeden huize en lid van de senatorenstand. Toen Favorinus zich op weg begaf naar het huis, liepen wij, die nog altijd bij hem waren, tegelijk met hem op. We gingen samen met hem naar binnen.


Een moeder moet haar kind zelf zogen, zegt Favorinus

4 In de ontvangstzaal pakte Favorinus de vader vast, begroette hem en ging zitten. Hij vroeg hoe lang de bevalling had geduurd en of de weeën heftig waren geweest. Toen hij hoorde dat de jonge vrouw, uitgeput van de pijn en de slapeloze nachten, nu eindelijk sliep, werd hij vrijmoediger en zei: "Ik twijfel er niet aan: zij zal haar zoon zelf zogen"

5 Maar de moeder van de jonge vrouw wilde haar dochter ontzien en zei dat een min het kind melk moest geven (2). Anders zou naast al die doorstane pijn ook nog eens de moeilijke en zware taak van het zogen komen. Waarop Favorinus zei: "Mevrouw, ik smeek het je, geef haar de kans geheel en al [Lat. totam integram] moeder te zijn van haar zoon.


Je kind laten zogen door een min is in strijd met de natuur

6 Want het is toch in strijd met de natuur meteen weer weg te geven wat je op de wereld hebt gezet? Een moeder die dat doet, is toch een gebrekkige, halfslachtige moeder? [Is het niet in strijd met de natuur] via haar eigen bloed in de baarmoeder iets te voeden wat ze niet kent of ziet; en wat ze wel ziet, een mens intussen, dat leeft en huilt om haar aandacht, niet met eigen melk te voeden?


a. Een vrouw kreeg toch tepels?

7 Of denkt u dan dat de natuur vrouwen tepels gaf, niet om haar kinderen te zogen, maar om haar boezem mooier te maken? Alsof het schoonheidsvlekjes zijn?

8 Want daarom doen heel wat van die vreemdsoortige vrouwen [Lat. istae prodigiosae mulieres] - nee, het gaat hier natuurlijk niet over uw dochter – al die moeite om de bron van hun lichaam, die alle eerbied verdient, de voeder der mensheid, uit of op te laten drogen? Alsof die de karakteristieke kenmerken van hun schoonheid aantast.

Met het risico dat hun melk een andere kant op gaat en bederft? En dit alles doen ze bovendien met dezelfde bezetenheid [Lat. vecordia] als de vrouwen die zich verlaten op allerlei onbetrouwbare middeltjes om ervoor te zorgen dat de foetus - in hun eigen lichaam verwekt – spontaan afsterft [Lat. aboriantur] (3). Omdat ze niet willen dat de strakke huid van hun buik door het gewicht van het ongeboren kind of de kracht van de weeën zou verslappen en verrimpelen (4).


b. Moeders melk = moeders (menstruatie)bloed = creëert gelijkenissen tussen moeder en kind

9 Wie een menselijk wezen doodt, aan het prille begin van zijn bestaan, terwijl het in handen van schepper Natuur [Lat. artificis naturae] vorm krijgt en tot leven komt, wekt terecht de walging en afschuw van iedereen. Maar wat is het verschil met iemand die dat wezen, reeds volgroeid, ter wereld gebracht, een zoon nu, onthoudt van het voedsel dat bestaat uit het eigen, vertrouwde bloed dat het gewend is (5)?

10 "Zolang je het maar voedt en in leven houdt. Met wiens melk dat gebeurt, is niet belangrijk." Dat is de heersende opinie.


11 Waarom zeggen deze lui, blind voor de betekenis van de natuur, dan ook niet dat het geen verschil uitmaakt in wiens lichaam en met wiens bloed het menselijk wezen gevormd wordt en tot wasdom komt?


12 Of is het bloed dat nu in de boezem stroomt, weliswaar wit geworden door de warmte van al de ingeademde lucht, niet hetzelfde als het bloed dat in de baarmoeder stroomde?

13 Is het kunstenaarschap van de Natuur ook hier niet onmiskenbaar? Eerst geeft dit bloed als een beeldend kunstenaar [Lat. opifex] diep bij haar vanbinnen [Lat. penetralibus suis] het hele menselijke lichaam een vorm, dan stroomt het, net voor de geboorte, naar de bovenste regionen. Klaar om de pasgeborene te steunen bij het prille begin, het eerste levenslicht, en om hem te voeden met bekend en vertrouwd voedsel.

14 Daarom neemt men aan - niet onterecht - dat de karakteristieke eigenschappen van de melk de lichamelijke en karakteriële gelijkenissen creëren [tussen vrouw en kind, red.] precies zoals aard en de kracht van het sperma deze gelijkenissen ook creëren [tussen man en kind, red.].


c. Bij kleinvee en bomen is het ook zo

15 Dat zie je niet alleen bij mensen, ook bij schapen en geiten. Als je een jonge geitenbok schapenmelk te drinken geeft, wordt hun vacht zachter. Als je een lam geitenmelk te drinken geeft, wordt hun wol stugger.

16 Ook bij bomen en hun vruchten zie je dit. Ook hier is de kwaliteit van het water en de vruchtbaarheid van de aarde meestal belangrijker om hun groei te versnellen of te vertragen dan de kwaliteit van het zaad dat je onder de grond stopt. Dikwijls zie je een prachtige, welige boom verleppen door het vocht van minder goede aarde zodra hij wordt overgeplant.


d. Melk van een min is gevaarlijk gif

17 Godallemachtig, waarom wordt de aristocratische natuur van een pasgeboren baby, van wie geest en lichaam stammen uit voortreffelijk zaad [Lat. bene ingeniatis primordiis], met melk van een wildvreemde totaal verknoeid? Het is basterdvoedsel, van slechte kwaliteit. In het bijzonder als dit vrouwmens, dat u erbij haalt om het kind te zogen, een slavin is of iemand van slaafse origine, en - wat dikwijls het geval is - als ze afkomstig uit het buitenland, waar barbaren wonen; als ze losbandig is, als ze spuuglelijk is, als ze brutaal is, als ze aan de drank is. Want ja, gewoonlijk wordt iedereen, zonder onderscheid, die in die periode melk geeft, erbij gehaald.

18 Aanvaarden we dat een Romeins kind doordenkt wordt met een gevaarlijk gif? Dat de levensadem van een inferieure geest en een zwakker lichaam in zijn geest en lichaam stroomt?


e. Baby's gezoogd door een min, lijken niet op hun ouders

19 Godallemachtig! Wat verrast ons zo dikwijls? Dat juist kinderen van fatsoenlijke vrouwen niet op hun ouders lijken, niet qua uiterlijk en niet qua innerlijk.


20 Kundig en knap imiteert Vergilius onderstaande verzen van Homerus:


Je vader was heus niet de wagenmenner van Peleus, ook was Thetis niet je moeder. De grijze zee bracht je voort, en de steile rotsen. Zo hard is je geest (6).


Vergilius legt niet alleen, zoals zijn voorbeeld [Homerus, red.], de schuld bij de geboorte, maar ook bij het voedsel: wild en wreed. Hij voegt dit vers van hemzelf toe:


En de tijgers van Hyricana gaven je te drinken (7)


Ongetwijfeld omdat de levensstijl van de min [Lat. altricis] en de kwaliteit van de melk een grote rol spelen spelen bij de ontwikkeling van het karakter. Hoewel de melk eerst doordrenkt wordt met het zaad van de vader, wordt het karakter van de pasgeborene ook gevormd conform het lichaam en de geest van de moeder.


f. Baby door min laten zogen, verbreekt liefdesband tussen moeder en kind


21 "En verder, bij dit alles, wie maakt zich geen zorgen om het volgende? Wie wuift dit weg? Vrouwen die hun kinderen [Lat. partus suos]​ in de steek laten, hen afzonderen van zichzelf, die het aan anderen geven om hen te voeden, verbreken de nauwe, platonische liefdesband die de natuur schiep tussen ouder en kind. In elk geval zorgen ze ervoor dat die band verwatert en verslapt.


22 Wanneer een kind aan een ander is gegeven, en uit het zicht is verdwenen, dooft het vuur van de moederlijke liefde langzaam, nauwelijks merkbaar, uit. Elke schelle kreet, uit angstvallige bezorgdheid, verstomt. Zonen die weggestuurd worden naar een vreemde min zijn niet minder tot de vergetelheid gedoemd dan zonen die door de dood zijn weggerukt.


23 De liefde van het kind zelf, zijn vertrouwen, zijn genegenheid, zijn sympathie, gaat alleen naar de vrouw die hem te eten geeft. Net als een vondeling koestert hij geen gevoelens voor of verlangens naar zijn biologische moeder. De voorwaarden voor de natuurlijke liefde tussen ouder en kind zijn vernietigd, verdwenen. Al lijken de grootgebrachte kinderen van hun vader en moeder te houden; deze liefde is grotendeels kunstmatig, een uiting van vriendelijkheid. Ze bestaat slechts in de ogen van anderen."


Favorinus' Grieks is superieur

24 Favorinus hield dit betoog in het Grieks. En ik luisterde. Omdat zijn ideeën belangrijk zijn voor iedereen, heb ik ze ook opgeschreven. Althans, in zoverre ik het mij allemaal kon herinneren. Maar de charme, de exuberantie en de rijkdom van zijn taal kan nauwelijks naar het Latijn vertaald worden. Zeker niet door een eenvoudig schrijver als ik.

Noten bij de vertaling

(1) De geboorte van een zoon gaf de man zekere privileges: Marache (2002) 352.


(2) Ondanks de traditionele opvatting dat Romeinse moeders hun kinderen zelf zouden moeten zogen, met hun eigen melk, wijzen de frequente optredens van minnen [Lat. nutrices] in de literatuur en op inscripties erop dat families vaak voedsters in dienst namen of hen bezaten: Harvey 82.


(3) Abortus was geen misdrijf in het oude Rome. Maar het kon wel veroordeeld worden door de pater familias, de rechtbank of de censor. Pas in een keizerlijk besluit van Septimus Severus [keizer van 193 tot 211 n.Chr.] en zijn zoon Caracalla (met wie hij samen regeerde) werd abortus een crimen extraordinarium (Dig. 47.11.4; 48.16.39). Maar het ging hier enkel om de rechten van de vader. Ongehuwde vrouwen werden niet gestraft.


(4) Ovidius schrijft in Amores II, 14.7 ‘Kennelijk wil je niet een buik met plooien krijgen’.


(5) De vermelding van bloed is hier belangrijk. In de oudheid geloofde men dat melk samengesteld (dat wil zeggen 'gekookt') menstruatiebloed was: ze hadden gezien dat vrouwen die borstvoeding geven pas maanden na de geboorte van een baby menstrueren: The Open University (geraadpleegd 21/10/'23)


(6) Ilias, 16.33

​​

(7) Aeneis, 4.367


Literatuur


John C. Rolphe, Gellius. Attic Nights. Books 1-5 (Londen 1946)​

Ovidius, Amores. Vertaald door Marietje D’Hane-Scheltema (Amsterdam 2015)

René Marache, Aulu-Gelle. Les nuits Attiques. Livres V-X (Parijs 2002)


Tinne Horemans, Prikkelend, praktisch en een horzel in de pels. Favorinus in de Attische Nachten. Hermeneus 91-2 (2019) 55-60















































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































































23)

(6) Ilias, 16.33

​​

(7) Aeneis, 4.367


Literatuur

Brian K. Harvey, Daily Life in Ancient Rome: A Sourcebook (Indianapolis 2016)


Ovidius, Amores. Vertaald door Marietje D’Hane-Scheltema (Amsterdam 2015)

René Marache, Aulu-Gelle. Les nuits Attiques. Livres V-X (Parijs 2002)


John C. Rolphe, Gellius. Attic Nights. Books 1-5 (Londen 1946)​

Meer weten?

Over Favorinus en dit essay lees je meer in: Tinne Horemans, Prikkelend, praktisch en een horzel in de pels. Favorinus in de Attische Nachten. Hermeneus 91-2 (2019) op deze website.

























































bottom of page