top of page
  • Tinne Horemans

13.11 Een geslaagd feestdiner volgens Varro

Hoeveel gasten nodig je uit voor een banket? Wat is volgens Varro een correct en passend aantal? Verder over het zoetigheidsgehalte van het dessert.


1 In de Menipeïsche Satiren van M. Varro staat een erg grappig hoofdstuk met als titel Je weet niet wat de avond laat nog in petto heeft waarin hij vertelt over het aantal gasten dat je moet uitnodigen, en over de organisatie en voorbereiding van het banket zelf.


2 "Het aantal gasten mag niet lager zijn dan het aantal Gratiën en niet hoger dan het aantal Muzen. Het tafelgezelschap bestaat uit minstens drie en maximum negen gasten. Het laagst aantal gasten ligt dus nooit onder de drie, het hoogst aantal gasten nooit boven de negen", zegt Varro (1).


3 "Een te groot aantal is niet goed. Een horde zorgt meestal voor wanorde (2), want in Rome staat die nog recht (3), in Athene gaat ze zitten, maar nergens ligt ze aan. En dan het banket zelf. Dat bestaat uit vier elementen. Een diner is in al zijn aspecten geslaagd als je een fijn gezelschap bij elkaar brengt [Lat. belli homunculi], op een magnifieke locatie en op een voortreffelijk tijdstip, en de voorbereiding niet verwaarloost. Kies voor gasten die niet te praatzuchtig zijn en niet te stil. Welsprekendheid hoort thuis op het forum of in de rechtbank, maar stilte in de slaapkamer, niet op een feestdiner", zegt Varro.


4 Tijdens het diner mogen de gesprekken niet gaan over sombere en ingewikkelde, maar over vrolijke en plezierige [Lat. invitabilis] dingen. Gesprekken die leerzaam, maar ook prettig en fijn zijn. Dat soort gesprekken maakt van ons aardigere, aangenamere mensen.


5 "Dat worden we echt, als we met elkaar babbelen [Lat. confabulemur] over de gewone dingen des levens. Op het forum of in de rechtbank hebben we de tijd hiervoor niet. Dan iets over de gastheer: die moet niet zozeer voornaamheid uitstralen, maar vooral hartelijk zijn." En: "Tijdens zo'n feestdis moet niet zomaar wat voorgelezen worden (4), het liefst teksten die én mooi zijn én nuttig voor het leven [Gr. βιωφελῆ]."


6 Ook liet hij het niet na nog wat tips te geven voor het dessert [bellaria]. Ik citeer: "Het zoetst zijn de desserten die niet zoet zijn (5): zoetigheden en een goede spijsvertering gaan niet goed samen."


7 Misschien geeft het woord bellaria aanleiding tot verwarring. Varro verwijst in dit citaat met het woord 'bellaria' naar elk soort nagerecht. Wat de Grieken of πέμματα [Nl. zoetigheden] of τραγηματα [Nl. gekonfijt fruit] noemden, noemden onze voorvaderen bellaria. In de oude komedies werden ook de zoetere wijnen met deze term aangeduid: ze werden Liberi bellaria of 'zoetigheden van Bacchus' genoemd.



Noten bij de vertaling


(1) Frag. 333-336 Bücheler. F. Bücheler, Petronii Saturae, adiectae sunt Varronis et Senecae saturae similesque reliquiae, ed. 6a, (W. Heräus), Berlin, 1922


(2) Varro gebruikt een woordspeling turba en turbulentia. Moeilijk te reproduceren, zegt Rolf; ik heb het geprobeerd met he Nederlandse 'horde' en 'wanorde'.


(3) Het Latijnse turba ('horde') verwijst naar menigte burgers die rechtstaan in de volksvergadering.


(4) Lezingen en muziek waren gebruikelijke vormen van vermaak bij een Romeins diner (cf. e.g. Plinius, Epist. iii.1.9).


(5) Weer een voorbeeld van Varro's liefde voor woordspelingen: het Latijnse mollitus [Nl. zoet] wordt hier gebruikt in de dubbele betekenis van 'smaakgewaarwording veroorzaakt door o.a. suiker en honing' en de figuurlijke betekenis: 'hoogst aangenaam', in dit geval voor het lichaam. Varro gebruikt voor 'zoetigheden' en 'spijsvertering' respectievelijk de Griekse woorden πέμμα en πέψις.


Literatuur


R. Marache, Aulu-Gelle. Les Nuits Attiques. Livres I-IV (Parijs 2002)


J.C. Rolfe, Aulus Gellius. The Attic Nights. Books 1-5 (Londen 1946)






bottom of page