top of page
  • Tinne Horemans

14.2 Favorinus geeft Gellius raad over het vak als rechter

Toen ik Favorinus vroeg wat het werk van een rechter inhield, gaf hij dit betoog.

Wetenschappelijke literatuur vertelt nog niet genoeg

1 Toen de pretoren mij voor het eerst tot rechter benoemden en ik me moest buigen over zogenoemde ‘burgerlijke’ geschillen, ging ik op zoek naar literatuur over het vak van een rechter. In het Grieks en in het Latijn. Al sinds mijn jeugd voelde ik me door verhalen van dichters en slotredes van rechters geroepen om zelf rechter te worden. Zo maakte ik kennis met gerechtelijke realiteit via leermeesters die ‘stom’ genoemd worden omdat hun woorden niet ‘levensecht’ zijn, zoals ze zeggen. De Lex Julia zelf, de verslagen van Masurius Sabinus en andere juristen vormden mijn inspiratiebron. Ik leerde bij over het 'uitstel van het proces' (van één tot meerdere dagen) en anderpe juridische gebruiken.

2 Maar in een ingewikkelde rechtszaak (wat een rechtszaak dikwijls is) of bij twijfel omdat rationele argumenten elkaar tegenspreken, heb je aan dit soort boeken niets.

3 Een rechter moet natuurlijk beslissingen nemen op basis van de zaak zelf, op dát moment. Toch zijn er enkele algemene tips. Adviezen die een rechter wapenen vóór het proces begint, die hem voorbereiden op een onzekere afloop omdat moeilijkheden opdoken tijdens het proces. Ook ik stond ooit voor een onoplosbaar dilemma.

Een onoplosbaar dilemma

4 Voor me stond een man die het geld terugeiste dat hij zou hebben voorgeschoten. De aanklager kon deze transactie evenwel niet bewijzen met documenten of getuigen. Hij stond dus uitermate zwak.

5 Maar zijn voortreffelijk karakter was onmiskenbaar. Hij leed een onberispelijk leven en was gekend om zijn eerlijkheid, die al dikwijls op de proef was gesteld. Van zijn voortreffelijkheid en eerlijkheid gaf men heel wat sprekende voorbeelden.

6 De beklaagde daarentegen werd voorgesteld als een waardeloos figuur. Hij leed een schandelijk en laaghartig leven. Velen beschuldigden hem van leugens. Hij was een bedreven huichelaar, allesbehalve eerlijk.

7 Déze man, omringd door vele advocaten, schreeuwde dat z’n aanklager mij maar moest bewíjzen dat hij het geld gegeven had, en wel volgens de gevestigde methoden: met een ontvangstbewijs, een bankafschrift, met een schriftelijke toezegging van de schuld, een contractzegel of met de tussenkomst van een getuige.

8 En als de aanklager zijn schuld niét op die manier kon bewijzen, moest hijzelf vrijgelaten worden en zijn tegenstander veroordeeld worden wegens laster. Dat vond hij absoluut zo. Getuigenverklaringen over het leven en het gedrag van aanklager en beklaagde had volgens hem geen zin. Over je levenswandel gaat een censor, voor een privaatrechter vecht je een schuldvordering uit.


Gellius vraagt raad aan zijn vrienden: vrijspraak voor de ploert

9 Ik vroeg raad aan mijn vrienden. Mannen met ervaring, die voortdurend van hot naar her renden om allerlei geschillen te beslechten. Befaamd vanwege hun pleitredes en hun inspanningen op het forum. Zij beweerden dat ik de rechtszitting mocht beëindigen. En dat ik de beklaagde moest vrijspreken, zonder enige twijfel. Geen enkel juridisch bewijs kon immers aantonen dat de beklaagde het geld ontvangen had.

10 De ene man was integer. De andere een ploert die een volstrekt waardeloos en beschamend leven leed. Zo dacht ik over deze twee mannen, en ik kon me op geen enkele manier bewegen tot een vrijspraak.

Favorinus geeft algemene tips

11 Dus stelde ik het proces uit naar een andere dag. Ik stond op van mijn zitbank in de rechtszaal. En ging meteen op weg naar Favorinus, een filosoof wiens voordrachten ik in die tijd in Rome dikwijls bijwoonde. Ik vertelde alles wat ik in de rechtbank had gehoord over de zaak, de aanklager en de beklaagde. Precies zoals het gebeurd was. En ik smeekte hem ervoor te zorgen dat ik bedrevener zou worden in dit soort rechtszaken. Zowel in de zaak waar ik me op dit moment geen raad mee wist, als andere die ik tijdens mijn loopbaan als rechter zou behandelen.

12 Favorinus begreep mijn gewetensbezwaren, en mijn angst en onrust die daaruit volgden. Hij zei: "De kwestie waarover je nu je hoofd breekt, lijkt klein en onbegrensd. Maar ik zou je wegwijs moeten maken in het takenpakket van een rechter, en dan is dit volstrekt niet het juiste moment en de juiste plaats.

13 Dit geschil is ingewikkeld. Het twistpunt complex. Je moet dit zorgvuldig bekijken, en buitengewoon voorzichtig aanpakken.

14 Dus laat ik nu alvast antwoorden op je meest prangende vragen i.v.m. de opdracht van een rechter. Ten eerste. Stel dat een rechter toevallig iets te weten komt over een rechtszaak waarover hij het vonnis moet vellen. Via een andere rechtszaak, of bij een of andere gelegenheid. En stel dat hij de enige getuige is, dat hij de enige is die dit met zekerheid als bewijs kan beschouwen. Vóór het proces begon of voor de rechter werd geleid. En stel dat dit finaal niet wordt bewezen tijdens het proces. Moet de rechter dan oordelen in overeenstemming met wat hij te weten kwam vóór het proces, of wat er wordt aangevoerd tijdens het proces?

15 En dan nog een vaak gestelde vraag. De rechter neemt kennis van de zaak. De kans bestaat dat de twee partijen tot een schikking komen. Mag de rechter dan voor even afstand doen van zijn ambt als rechter, en optreden als een gemeenschappelijke vriend? Als een bemiddelaar, zeg maar? Of gaat dat te ver?

16 En ik weet dat de volgende kwestie nog delicater en controversiëler is. Moet je als rechter tijdens de hoorzitting vragen stellen en zaken vermelden in het belang van beide partijen? Ook als de belanghebbende dit niet verwacht of hier niets over zegt? Eigenlijk, zegt men, is dit niet de rol van een rechter, maar die van een advocaat.

17 Naast bovenstaande zaken, is ook het volgende punt bron van discussie. Stel dat de zaak waarover de rechter moet oordelen verwarrend en breedvoerig naar voren wordt gebracht. De rechter onderbreekt en parafraseert. En in zijn beschrijvingen geeft hij te kennen door welke gevoelens en gedachten hij wordt bewogen. Vóórdat het verdict valt. Handelt deze rechter plichtmatig en volgens de gerechtelijke praktijk?

18 Je hebt de zogenoemde alerte, bijdehante rechters. Zij zeggen dat een rechter de rechtszaak alleen ten gronde kan begrijpen wanneer hij eindeloos veel vragen stelt en onderbreekt wanneer dat nodig is. Hierbij legt hij de gedachtes van de twee partijen bloot, én die van zichzelf.

19 Dan heb je rechters die bekendstaan om hun ernst en kalmte. Volgens hen mag een rechter, tijdens de pleidooien van beide partijen en vóór het vellen van een vonnis, niet laten blijken wat hij denkt telkens wanneer een exposé hem raakt. Want de argumenten en beweringen die naar voren worden gebracht, zijn telkens ánders. Wat de rechter daarbij voelt dus ook. Het zou er dan de schijn van hebben dat een rechter tijdens hetzelfde proces over dezelfde zaak telkens anders spreekt en denkt.


20 Maar hierover (en over andere kwesties in verband met het beroep van rechter) geef ik mijn mening later, als ik wat vrije tijd heb. En dan neem ik ook de tips van Aelius Tubero over het vak als rechter met je door. Zijn boek heb ik net gelezen.

Is Cato de Oudere de redder?


21 Jouw proces heeft met geld te maken. Daarom raad ik je met klem aan M. Cato te lezen, een man met zo veel ervaring. Als een voorval tussen twee personen niet kan bewezen worden met documenten en getuigen, moet de voorzittende rechter onderzoeken wie van beiden het meest voortreffelijke karakter heeft. Als ze beiden even goed of slecht zijn, moet de rechter het verhaal van de beklaagde geloven en oordelen in zijn voordeel. Dit schrijft Cato – in lijn met de traditie van onze voorouders - in zijn redevoering Ter verdediging van Lucius Turius en tegen Gnaeus Gellius.

22 Maar in de rechtszaak waarover jij nu zo twijfelt, is de aanklager een voortreffelijk man en de beklaagde een schurk. Getuigen zijn er niet.

23 Ga dus terug. Geloof de aanklager en beschuldig de beklaagde. Volgens jou zijn beiden immers niet gelijk: de aanklager is een beter mens."

24 Zo hielp Favorinus mij met zijn advies. Wat een filosoof ook hoort te doen.


​Gellius​ volgt de raad niet op


25 Maar als rechter oordelen op basis van het gedrag en niet op basis van bewijzen, vond ik hoogmoedig en verwaand. Ik was nog jong, en mijn achtergrond is bescheiden. Toch kon ik mezelf er ook niet toe brengen de beklaagde vrij te spreken. En daarom verklaarde ik onder ede dat de zaak voor mij onoplosbaar was. En zo werd ik van een oordeel ontheven (1).

26 Hierbij nog de passage uit Cato’s redevoering (vermeld door Favorinus): "Stel dat iemand iets terugvordert van een ander en beiden hebben een gelijkaardig karakter (niet bijster goed, niet bijster slecht). En stel dat bij die overeenkomst geen getuigen waren. Dan moet je eerder geloof hechten aan het verhaal van de beklaagde. Dit leerde ik van mijn voorouders en vergeet ik nooit. Stel nu dat Gellius en Turius iets plechtig aan elkaar beloofden. En Gellius geen haar beter is dan Turius. Dan is toch niemand zo gek te beweren dat Gellius wél beter is dan Turius. En als Gellius geen haar beter is dan Turius, moet je de beklaagde geloven.


Noten bij de vertaling

(1) Volgens R. Marache is deze anekdote eerder een zogenaamde chreia, en niet zozeer een realistische scène.


Literatuur

René Marache, Aulu-Gelle. Les nuits Attiques. Livres X-XV (Parijs 2002)


John C. Rolphe, Gellius. Attic Nights. Books 14-20 (Londen 1946)​

Verder lezen?

Over Favorinus lees je meer in: Tinne Horemans, Prikkelend, praktisch en een horzel in de pels. Favorinus in de Attische Nachten. Hermeneus 91-2 (2019) op deze website.


Comments


bottom of page