top of page
  • Tinne Horemans

18.1 Een stoïcijn twist met een aristoteliaan

In dit essay twistgesprekken tussen een stoïcijn en een peripateticus. Favorinus is gespreksleider. Hoe bereik je een gelukkig leven? Is vooral een deugdzaam karakter belangrijk? Of zijn het de externe omstandigheden? Dat waren de vragen.

1 Favorinus heeft twee vrienden, bekende filosofen in Rome. De ene is peripateticus, de ander een stoïcijn.

2 Ooit zag ik die twee mannen hartstochtelijk en geestdriftig hun leer verdedigden. We waren toen in Ostia, samen met Favorinus.

3 De avond viel en we slenterden wat rond op het strand. De zomer was net begonnen.

4 De stoïcijn beweerde dat enkel de deugdzame mens het geluk bereikt. En dat een diep ongelukkig leven enkel te wijten is aan ondeugd. Zelfs al zou de deugdzame alle overige goede zaken (materieel & extern) niét hebben, en de ondeugdzame wel (1).

5 Die peripateticus gaf toe dat een ongelukkig leven het gevolg is van slechte karaktereigenschappen, van ondeugd. Maar om een gelukkig leven te bereiken, in alle opzichten, was meer nodig dan deugd alleen. Ook een gezond lichaam, een evenwichtige geest, een tot op zekere hoogte aantrekkelijk voorkomen, eigendom, een goede reputatie en alle andere voordelen die het lichaam en het lot ons kan geven. Dit alles lijkt nodig voor een volmaakt gelukkig leven.

6 De stoïcijn protesteerde fel. Zijn tegenstander had het toch over twee tegengestelde zaken? Deugd en ondeugd zijn elkaars tegengestelden, net als een gelukkig en ongelukkig leven. Aan beide tegengestelden gaf de peripateticus niet dezelfde kracht en mogelijkheden.

7 De peripateticus beweerde dat ondeugd alleen een leven ongelukkig kan maken, maar dat de deugd alleen niét in staat is een leven gelukkig te maken. Verbazingwekkend, vond de stoïcijn.

8 Uitermate tegenstrijdig en inconsistent, vond hij. De peripateticus zegt dat een gelukkig leven onbereikbaar is zonder deugd, en bereikbaar is mét deugd. De waardering die hij de deugd toedicht als ze er niet is, ontneemt hij haar zodra ze er wel is en om die waardering vraagt.

9 De peripateticus reageerde met humor. Hij vroeg: "Zou jij zo goed willen zijn een antwoord te geven op mijn vraag? Denk jij dat een amphora wijn nog altijd een amphora wijn is als je 1 congius uitschenkt?" (2)

10 "Een amphora wijn waarvan je 1 congius uitschenkt, kan je onmogelijk nog een amphora wijn noemen", antwoordde de stoïcijn.

11 Toen de peripateticus dit hoorde, zei hij: "Zonder die ene congius, is er geen sprake van een amphora wijn. Mét die congius, is er wél sprake van een amphora wijn. Ik stel dus vast dat 1 congius een amphora wijn tot stand brengt. Vind je het absurd te zeggen dat 1 congius een amphora tot stand brengt? Nu, het is even absurd te zeggen dat alleen de deugd een gelukkig leven tot stand brengt omdat een leven nooit gelukkig is zonder de deugd." (3)

12 Favorinus keek de peripateticus aan en zei: "Die spitsvondige redenering, met die congius wijn, vind je terug in boeken. Maar jij weet ook wel dat je dit eerder moet beschouwen als een grappig sofisme dan als een oprecht en krachtig argument.

13 Een ontbrekende congius zorgt ervoor dat de amphora niet compleet is. De toegevoegde congius brengt niet op zijn eentje de amphora tot stand, hij maakt deze compleet.

14 Maar in de ogen van de stoïcijnen is de deugd geen aanvulling of een toevoeging. Nee, de deugd zélf en alleen de deugd staat gelijk met een gelukkig leven. De aanwezigheid van de deugd, zij alleen, staat in voor een gelukkig leven."

15 Met dit soort ingewikkelde argumenten, met deze haarkloverij probeerde beide mannen hun leer te verdedigen. Favorinus stond erbij als gespreksleider.

16 Toen de sterren aan de hemel verschenen en het steeds donkerder werd, namen we afscheid. We liepen met Favorinus terug naar het huis waar hij logeerde.

Noten bij de vertaling

(1) Die ‘overige goede dingen’ zoals geld en lichamelijke gezondheid noemt de stoïcijn onverschillig (of neutraal, zonder waarde).

(2) Een amphora werd ook gebruikt als maat voor vloeistoffen, namelijk 26,2 liter. In een amphora kunnen 8 congii.

(3) De peripateticus vervangt in zijn redenering subtiel het werkwoord supplere ( = compleet maken) door facere (= tot stand brengen).


Literatuur


R. Marache, Aulu-Gelle. Les nuits Attiques. Livres XV-XX (Parijs 2002)


J.C. Rolfe, Gellius Attic Nights Books 14-20 (Londen 1946)

Meer weten?

Over dit essay lees je meer in: Tinne Horemans, Prikkelend, praktisch en een horzel in de pels. Favorinus in de Attische Nachten. Hermeneus 91-2 (2019), p. 55-60

bottom of page