top of page
  • Tinne Horemans

19.1 Een stoïcijn verbleekt bij storm op zee

1 Op een dag voer ik over de wilde, woelige en onstuimige Ionische Zee van Cassiopa (1) naar Brundisium.

2 Na de eerste dag stond er bijna de hele nacht een stevige zijwind, en het schip liep vol water.

3 Na een nacht vol klagen en hard werken in de onderste scheepsruimte, brak eindelijk de dag weer aan. Maar de wind was nog even krachtig en het gevaar was niet geweken. Integendeel: het stormde hevig, de lucht werd de donker en dikke mist doemde dreigend boven ons op. Angstaanjagende wolkenformaties – tyfonen noemen we die - leken klaar om het schip tot zinken te brengen.

4 Op dit schip was ook een filosoof, gevierd om zijn kennis van het stoïcisme. Ik leerde hem in Athene kennen als een man met gezag. Met toewijding leerde hij zijn jonge studenten hoe ze zichzelf moesten beheersen. Wat hem vrij goed lukte.

5 Te midden van dit grote gevaar, de onrust in de lucht en op zee, zocht ik zijn ogen en hoopte zo te achterhalen hoe hij zich voelde: was hij vrij van angst, of onrust?

6 Ik keek evenwel naar een lijkbleke man, die hevig geschrokken was. Nee, je hoorde hem niet jammeren of klagen zoals de anderen. Maar in zijn witte teint en angstige blik verschilde hij nauwelijks van zijn medereizigers.


Stoïcijn geeft rijke Griek lik op stuk

7 Toen de hemel opklaarde, de zee tot rust kwam en het vuur van het gevaar was gedoofd, kwam een rijke Griek uit Klein-Azië naar de stoïcijn toe. Hij zag er piekfijn uit, dat zag je van ver, en had heel wat bagage en personeel bij zich. Lichamelijk en geestelijk baadde deze Griek in luxe.

8 Op een spottende toon vroeg hij: "Wat heeft dit te betekenen, heer filosoof? Schrikt u op bij gevaar? Trekt u wit weg? Ik ben niét bang, hoor. En ik verschiet niét van kleur."

9 De stoïcijn aarzelde even: was het wel zo’n goed idee deze man te woord te staan? Toen antwoordde hij: "Ik lijk een beetje bang als het stormt. En u bent mijn uitleg niet waard."

10 "Dus als u ’t goedvindt, geeft Aristippus, een beroemde leerling van Socrates, in mijn plaats antwoord. Want in een situatie als deze vroeg een type als u, precies hetzelfde aan Aristippus. Waarom Aristippus, een filosoof nota bene, zo bang was, terwijl hijzélf helemaal niet bang was? Hierop antwoordde Aristippus dat zijn eigen situatie en die van de man niet met elkaar te vergelijken waren. Want de man was een praalhans. En hoe bezorgd moest je zijn om de ziel van een praalhans? Zo’n ziel is waardeloos. Terwijl Aristippus zich zorgen moest maken om de ziel van Aristippus… " (2)

11 En zo schudde de stoïcijn deze rijke Klein-Aziaat van zich af.


Stoïcijn is fan van Epictetus

12 De zee was weer rustig en de wind ging liggen. Toen we Brundisium naderden, stelde ik de stoïcijn vragen. Wat was nu de oorzaak van zijn angst? De oorzaak die hij niet wilde vertellen aan de man die hem met zo weinig egards had aangesproken?

13 Rustig en vriendelijk gaf hij antwoord: "Wilt u het zo graag weten? Luister dan naar wat de grondleggers van de stoïcijnse leer, onze voorvaderen, schreven over dat korte gevoel van angst, dat natuurlijk en onvermijdelijk is. Meer nog: léés het, want als u het leest, hecht u er gemakkelijker geloof aan en u onthoudt het beter."

14 Terwijl iedereen erbij stond, nam hij uit zijn kleine tas het vijfde boek uit de Colleges van de filosoof Epictetus, een boek geredigeerd door Arrianus. Wat Epictetus schrijft, strookt ongetwijfeld met de geschriften van Zeno en Chrysippus (3).


De rede van de wijze heeft geen controle over zijn reflexen

15 In dat boek las ik het volgende fragment (in het Grieks uiteraard): "Zodra iets verschijnt, dringt een waarneming (de filosofische term is fantasia) zich op aan onze geest. Op eigen kracht, zonder dat wij dat willen of zo beslissen.

16 Maar de instemming (of sunkatathesis) – waarbij we de waarneming beoordelen als juist – is wel onderhevig aan onze wil. Dit oordeel vellen we zelf.

17 Bij hevig lawaai of onweer, na het instorten van een gebouw of een onverwacht onheilsbericht, of wat dan ook van die aard, is natuurlijk ook de wijze enkele ogenblikken van slag en in de war. Ook hij verbleekt. Maar dat gebeurt niet omdat hij zich een vreselijke voorstelling zou hebben gemaakt van wat komen gaat. Nee, zijn reactie is een reflex, en die reflex is veel sneller dan zijn geest of zijn ratio. Het denken komt hier niet aan te pas.


De wijze heeft wel controle over zijn opvattingen

18 Maar meteen, ter plekke, beslist deze wijze niet in te stemmen met die waarnemingen, die hem angst inboezemen. Ik citeer uit het Grieks: hij stemt niet in met deze waarnemingen, hij beoordeelt ze niet als juist. Hij verwerpt ze, hij beoordeelt ze als fout. Hij ziet in dat er eigenlijk niets is waarvoor hij bang zou moeten zijn.

19 En dit is het verschil tussen de geest van een dwaze en de geest van een wijze man. Volgens de dwaas zijn de deze waarnemingen, die angst inboezemen, ook écht zo vreselijk als ze op het eerste gezicht lijken. Hij vindt zijn angst gerechtvaardigd en stemt met de waarnemingen in, και προσεπιδοξαςει zeggen de stoïcijnen.

20 Als nu de wijze éven verbleekt of éven opschrikt, betekent dat niet dat hij instemt (ού συγκατατιθεται). Nee, een wijze is vastberaden: te allen tijde houdt hij vast aan de opvatting die hij over dit soort waarnemingen heeft, dat hij er zich niet druk over hoeft te maken. Ze boezemen angst in, maar zonder enige reden. De indruk die ze wekken is een schijnindruk." (4)

21 Dit fragment las ik voor uit de Colleges (het boek dat ik al heb vermeld). Zo dacht en schreef Epictetus over deze kwestie, volledig in de lijn van de stoïcijnse leer. Ik vond het belangrijk dit op te schrijven. Want stel u voor dat u [de lezer, red.] ook zoiets meemaakt. Denk dan niet dat het enkel dwazen of slappelingen zijn die opschrikken en wit wegtrekken. Nu weet je dat deze reflexen natuurlijk zijn. Dat ze normaal zijn, dat je er niets aan kan doen. Het betekent dus niet per se dat je gelooft dat de dingen zijn wat ze lijken.


Noten bij de vertaling

(1) Een stadje in het noordwesten van Corcyra, het huidige Corfu.


(2) De grondleggers van het stoïcisme en dus ‘onze voorvaderen’.


(3) Fr. Phil. Graec., 2.407.16 (cf. Diog. L. 2.8.4). Dit antwoord is typisch voor deze Griekse filosoof.


(4) Meer over de filosofie van Epictetus en over de begrippen 'waarneming' en 'instemming' (NA 19.1.15-20) lees je in Epictetus, Verzameld Werk, vert. door Gerard Boter en Rob Brouwer (2011), p. 16-17


Literatuur

René Marache, Aulu-Gelle. Les nuits attiques. Livres XV-XX (Parijs 2002)

John C. Rolphe, Gellius. Attic Nights. Books 14-20 (Londen 1946)​

Meer weten?

Tinne Horemans, Aulus Gellius’ Noctes Atticae : een selectie van essays met stoïcijnse en cynische thematiek voorzien van inleiding, vertaling en commentaar (masterproef) (Brussel 2015), p. 39-40 en p. 54-57


bottom of page