top of page
  • Tinne Horemans

2.1 Het nut van (Socrates’) zelfdiscipline

Hoe hield Socrates doorgaans zijn fysieke uithoudingsvermogen op peil? En verder iets over de mate waarin hij zichzelf kon beheersen.


1 Socrates oefende zijn lichaam. Met die oefeningen, die hij zichzelf oplegde, verbeterde hij z’n uithoudingsvermogen als bescherming tegen uitdagingen van het lot. Naar verluidt deed hij meestal dit:


2 Dag en nacht stond hij roerloos stil, als een standbeeld, van het vroege ochtendgloren tot zon opnieuw opkwam, de volgende ochtend. Zonder te verpinken, bewegingloos, in dezelfde voetsporen, met strak gelaat starend naar hetzelfde punt. Hij was in gedachten verzonken alsof zijn ziel en zijn verstand zijn lichaam hadden losgelaten.


3 Toen Favorinus over de kracht van deze man een uiteenzetting gaf – en dat gebeurde vaak – raakte hij dit onderwerp ook aan. Hij zei (1): “Πολλάκις ἐξ ἡλίου εἰς ἣλιον εἱστηκει ἀστραβέστρερος τῶν πρέπνων [Nl. Dikwijls stond hij roerloos stil van zon tot zon, steviger dan een boomstronk]”.


4 Zijn zelfbeheersing zou zo groot geweest zijn dat hij gedurende bijna zijn hele leven een uitstekende gezondheid genoot.


5 In het begin van de Peloponnesische Oorlog werd het Atheense volk door een epidemie gedecimeerd. De beruchte plaag was dodelijk en allesvernietigend. Socrates, zo gaat het verhaal, hield zich ten alle tijde verre van genoegens en hun schadelijke effecten via technieken als ascese en matiging. Omdat zijn lichaam in topconditie verkeerde, ging de ellende, die iedereen ten deel viel, aan hem geheel voorbij.



Noten bij de vertaling


(1) Frag. 66, Maires (cf. Marache)


Literatuur


R. Marache, Aulu-Gelle. Les Nuits Attiques. Livres I-IV (Parijs 2002)


J.C. Rolfe, Aulus Gellius. The Attic Nights. Books I-V (Londen 1946)

Comments


bottom of page