top of page
  • Tinne Horemans

2.18 Een slaaf als beroemd filosoof?

Phaedo, een aanhanger van Socrates, was een slaaf, net als enkele andere volgelingen van Socrates.


1 Phaedo van Elis behoorde tot de beruchte club rond Socrates. Ook stond hij op intieme voet met zowel Socrates als Plato.


2 Plato gebruikte Phaedo’s naam als titel van zijn beroemde en fenomenale boek over de onsterfelijkheid van de ziel.


3 Phaedo was een slaaf met het karakter en de inborst van een vrijgeboren man die, zo schrijven sommige auteurs, als kind door zijn meester-pooier gedwongen werd zich te prostitueren (1).


4 Cebes, ook een leerling van Socrates, zou Phaedo op dringende vraag van Socrates hebben vrijgekocht en toegang hebben verschaft tot de lessen filosofie (2).


5 Waarna hij een beroemd filosoof werd wiens buitengewoon verfijnde dialogen over Socrates vandaag nog worden voorgelezen (3).


6 En er waren heel wat andere slaven die zouden ontpoppen als gevierd filosoof.


7 Onder hen ene Menippus (4), wiens geschriften M. Varro naar de kroon probeerde te steken in zijn satiren, die door anderen ‘Cynisch’ worden genoemd en door hemzelf: Menippeïsch.


8 Maar ook de slaaf van de peripateticus Theophrastus en de slaaf van de stoïcijn Zeno, Persaeus heet hij, en de slaaf van Epicurus, Mys was zijn naam, waren niet bepaald onbekende filosofen (5).


9 Ook Diogenes de Cynicus was een slaaf. Nu ja, een vrijgeborene die als slaaf werd verkocht (6). Toen Xeniades van Corinthe hem wilde kopen en vroeg of hij enige vakkennis had, antwoordde Diogenes: ‘Ik weet hoe je de baas moet spelen over vrijgeborenen.’


10 Onder de indruk van dit antwoord, heeft Xeniades hem gekocht, vrijgelaten en zijn bloedeigen kinderen aan hem toevertrouwd: ‘Neem mijn kinderen onder je hoede’, zei Xeniades, ‘en speel de baas over hen.’ (7)


En tot slot de vermaarde filosoof Epictetus. Ook hij was slaaf. Maar dat ligt nog zo fris in ons geheugen dat ik hier niet over hem moet schrijven alsof hij al in de vergetelheid is geraakt.


Noten bij de vertaling


(1) Hierbij belangrijk je te herinneren dat de slaven bij de Grieken en Romeinen vaak vrijgeboren kinderen waren die te vondeling werden gelegd door hun ouders, of vrijgeboren volwassenen, die gevangen werden tijdens een oorlog.


(2) Cebes was een vriend van Socrates en gesprekspartner in de Phaedo en Crito.


(3) De nadruk van Phaedo’s leer zou vooral op ethiek liggen. Onder de dialogen die aan hem worden toegeschreven, wordt over het algemeen aangenomen dat Zophyrus en Simon van zijn hand zijn.


(4) Grieks cynicus uit Gadare in Syrië, 3de eeuw v. Chr. Hij bracht zijn kritiek op de wereld en het leven op populaire wijze onder het publiek in een mengeling van fantasieverhalen en spotverzen. Deze literatuurvorm had veel succes en werd o.a. door Marcus Terentius Varro in het Latijn nagevolgd. In de trant van Menippus, wiens eigen werk verloren is gegaan, zijn de geschriften van Lucianus.


(5) Deze namen vinden we terug in het werk van Diogenes Laërtius: 5,3,2, cf. 36,7,1,31, cf. 7,1,36; 10,2, cf. 10,3; 10,5, cf. 10,10


(6) Diogenes, zoon van Hicesias van Sinope, was in ballingschap naar Athene gekomen. Hij leefde daar in de grootste ellende en was, zo lijkt het, gedwongen zichzelf als slaaf te verkopen, wat de Griekse wet toestond, in tegenstelling tot het Romeinse recht.


(7) Het Latijnse liberi kan zowel ‘vrijgeborenen’ als ‘kinderen’ betekenen.


Literatuur


R. Marache, Aulu-Gelle. Les Nuits Attiques. Livres I-IV (Parijs 2002)


P.J. Reimer, Prisma woordenboek der klassieke oudheid (Antwerpen 1972)


J.C. Rolfe, Aulus Gellius. The Attic Nights. Books 1-5 (Londen 1946)





bottom of page