top of page
  • Tinne Horemans

2.24 Vroeger hield de Romein van eenvoud

Over de soberheid van vroeger en over de oude weeldewetten (Lat. sumptuariae leges)


1 De vroegere Romeinen waren sober. Ze leefden bescheiden en aten eenvoudig. Die levensstijl werd niet alleen in stand gehouden thuis, via een strenge opvoeding, maar ook in de publieke ruimte door middel van allerlei straffen, vastgelegd in wetten.


2 Ik las net in het mengelwerk van Ateius Capito (1) een oud senaatsbesluit uit de tijd dat Gaius Fannius en Marcus Valerius Messala consul waren (2). Volgens een oude rite moesten de meest vooraanstaande Romeinse burgers tijdens Megalensiafestival (3) elkaar over en weer uitnodigden, d.w.z. volgens een beurtrol elk voor de ander een feestmaaltijd klaarmaken. Nu droeg het senaatsbesluit hen op een zekere eed af te leggen. Aan de consuls moesten ze zweren niet meer dan 120 as uit te geven per maaltijd - groente, graan en wijn niet meegerekend. Verder mocht de wijn niet buitenlands zijn, maar moest die uit eigen land komen. Tot slot mocht er niet dan 100 Romeinse pond (4) aan zilverwerk op tafel staan.


3 Maar na dit senaatsbesluit werd de wet van Fannius (Lat. lex Fannia) aangenomen, die verbood meer dan 100 as per dag te besteden tijdens de Romeinse spelen, de Plebejische spelen (5), de Saturnaliën (6) en op bepaalde andere dagen. Maximum 30 as mocht besteed worden op nog eens tien andere dagen per maand; op de overige dagen was het maximumbedrag slechts 10 as.


4 Op die wet alludeert de dichter Lucilius in het vers (7):

De armzalige 100 as van Fannius.


5 Sommige commentatoren op het werk van Lucilius trokken op basis van dit vers de verkeerde conclusie dat de wet van Fannius bepaalde dat op élke dag, wat voor dag het ook was, 100 as besteed mochten worden.


6 Maar zoals ik hierboven al schreef, stelde hij een maximumbedrag vast van 100 as voor bepaalde feestdagen (en somt die ook op). En hij beperkte dat bedrag op alle andere dagen: op sommige dagen gold een maximumbedrag van 30 as, op andere dagen van slechts 10 as.


7 Vervolgens werd de wet van Licinius (Lat. lex Licinia) aangenomen, die – net als de wet van Fannius – op bepaalde dagen een uitgave van 100 as vaststelde, maar op huwelijksdagen een limiet van 200 as; op andere dagen was de limiet 30 as. En terwijl hij een limiet plakte op de hoeveelheid droog vlees en gezouten voedsel per dag, stond hij een ongelimiteerd en onbeperkt gebruik toe van producten afkomstig van het veld, de wijnranken en de bomen (8).


8 De dichter Laevius vermeldt de wet in zijn Erotopaegnia (9).


9 Hierbij het citaat van Laevius, waarin hij melding maakt van een jong geitenbokje dat naar een feestmaal wordt meegenomen, en dat daarna weer wordt weggezonden. De maaltijd bevatte enkel groente en fruit, zoals de wet van Licinius het voorschreef.


De wet van Licinius komt naar binnen

Het jonge geitenbokje gaat naar buiten - waar de zon schijnt.


10 Ook de dichter Lucilius verwijst naar de wet. Het citaat:


Laten we die wet van Licinius omzeilen.


11 In latere tijden vond men de wetten ouderwets en raakten ze in vergetelheid. Velen uit rijke families gaven zich over aan zwelgpartijen, hun vaderlijk erfdeel verkwistten ze aan diners en banketten. Lucius Sulla stelde tijdens dictatorschap (10) aan het volk een wet voor die vaststelde dat men op de Kalenden, op de Iden en de Nonen, op de dagen dat de spelen plaatsvonden en op feestdagen 300 sestertiën mocht uitgeven, op alle overige dagen niet meer dan 30 sestertiën.


12 Naast deze wetten, vond ik ook de wet van Aemilius (11). Die bepaalt niet hoe hoog de uitgaves mogen zijn voor een maaltijd, maar bepaalt de aard en de omvang van het voedsel.


13 En dan is er nog de wet van Antius (12). Die bepaalt, naast de hoogte van de kosten, dat een magistraat of wie dat bijna wordt, niet gaat dineren, tenzij bij betrouwbare personen.


14 Tot slot kwam, toen Augustus keizer was, de wet van Julia (13) ter stemming bij het volk. Die wet bepaalde dat op werkdagen de limiet 200 sestertiën zou zijn. Op de Kalenden, de Iden, de Nonen en op andere feestdagen 300 sestertiën. Maar voor een huwelijk en de drinkgelagen die erop volgden: 1000 sestertiën.


15 Ateius Capito vermeldt nog een ander overheidsbesluit - of het nu was van de goddelijke Augustus of keizer Tiberius weet ik niet precies meer. Hierin stond dat de kosten voor de maaltijden op verschillende feestdagen kon oplopen van 300 sestertiën naar 2.000 sestertiën. Dit besluit had als doel om het tij van een steeds groter wordende zucht naar overdaad te keren.


Noten bij de vertaling


(1) F. Bremer, Iurisprudentiae Antehadrianae quae supersunt, Leipzig, 1886-1901: Fragment 6


(2) 161 v. Chr. Gedurende hun consulaat werden redenaars en filosofen (met name Griekse) uit Rome verdreven (AN 15.11). Over dit senaatsbesluit weten we niets, dat slechts korte tijd kan zijn voorafgegaan aan de wat van Fannius (Lat. lex Fannia), die datzelfde jaar werd aangenomen.


(3) Dit festival vond plaats op 4 april. De spelen gingen eventueel door tot en met 10 april. Slechts een select publiek, de patriciërs, gaf die dag een feestdiner. De plebejers vierden feest op de Cerealia, op 19 april.


(4) Een Romeinse pond (Lat. libra) is 327 gram.


(5) De Romeinse Spelen (ludi Romani) duurden onder Augustus van 4 tot 19 augustus, de Plebejische Spelen (ludi pebeji) van 4 tot 17 november.


(6) Saturnus is een oude god van de Romeinen, die door hen in verband werd gebracht met de landbouw. Zijn heerschappij gold als het Gouden Tijdperk. Jaarlijks vond zijn feest, de Saturnaliën (Saturnalia), plaats in december. Oorspronkelijk op 17 december, maar breidde uit naar een week, waarvan 5 dagen (onder Augustus 3) wettelijke feestdagen waren. Het feest was een combinatie van sinterklaas en carnaval: men gaf elkaar geschenken en er werd uitbundig feest gevierd, waarbij slaven met hun meesters aanzaten en zelfs wel door hen bediend werden.


(7) F. Marx, C. Lucili Carminum Reliquiae (Leipzig 1904-5). Frag. 1172


(8) Waarschijnlijk in104 of 103 v. Chr.


(9) Fr. 23, Bährens, Frag. Poet. Rom., p. 292. Erotopaegnia betekent 'Speelse verzen over liefde'. Gellius vermeldt hem ook in AN 19.7.


(10) In de Latijnse betekenis van het woord dictator: hoogste gezagsdrager met onbeperkte macht in noodsituaties, bij senaatsbesluit benoemd door een v.d. beide consuls voor ten hoogste zes maanden.


(11) We kennen twee weeldewetten met die naam - één uit 115 en één uit 78 v. Chr.


(12) Die komt enkele jaren na de tweede wet van Aemilius.


(13) Vermeld door Suetonius: Aug., 34, 1.


Literatuur


J.C. Rolfe, Aulus Gellius. Attic Nights 1-5 (Londen 1945)


R. Marache, Aulus Gellius. Les Nuits Attiques I-IV (Parijs 2004)

bottom of page