top of page
  • Tinne Horemans

4.1 Favorinus doorprikt filoloog als charlatan

Hierbij een socratisch gesprek tussen Favorinus en een opschepperige filoloog. Favorinus besprak de betekenis die Quintus Scaevola gaf aan het woord penus. Een betekenis die vatbaar bleek voor kritiek.

Een 'taalkundige' met kapsones


1 Op de Palatijn dromden mensen van allerlei rang en stand het voorportaal van het paleis op, wachtend op de groet van de keizer (1). Daar maakte een man parade met nutteloze grammaticale feitjes en weetjes die iedereen kent van school. Hij werd omringd door bollebozen, onder wie Favorinus. Met ernst in zijn blik, opgetrokken wenkbrauwen, en wat bas in de stem, als ware hij de uitlegger van het Sibyllische orakel, hield hij een betoog over uitgangen en geslachten van woorden.

2 Op een zeker moment keek hij Favorinus aan. En hoewel hij hem nauwelijks kende, zei hij: "Ook penus wisselt wel eens van geslacht. Het wordt op verschillende manieren verbogen. De oude schrijvers zeiden hoc én haec penus en in de genitief huius peni én penoris.

3 En Lucilius gebruikt in het zestiende boek van zijn Satiren het woord mundus (in de betekenis van ‘make-up voor vrouwen’) niet in het mannelijke geslacht zoals andere schrijvers, maar in het onzijdige geslacht. Ik citeer: "Een man vermaakte aan zijn vrouw bij testament alle schoonheidsmiddelen en de hele voedselvoorraad [Lat. mundum omne penumque]. Maar wat verstaan we onder ‘schoonheidsmiddelen’ en wat niet? En wie bepaalt dat?" (2)


Favorinus onderbreekt

4 En hij schreeuwde nog heel wat andere voorbeelden die moesten illustreren wat hij beweerde. Toen er maar geen einde leek te komen aan dit gebeuzel, viel Favorinus hem in de rede. Op aardige toon zei hij: "Doet u mij een plezier, leermeester, of hoe ik u ook moet noemen. U heeft ons ongetwijfeld erg veel dingen geleerd die we nog niet wisten, maar… die we eigenlijk ook helemaal niet wilden weten.

5 Wat maakt het mij, of mijn gesprekspartner, uit in welk geslacht ik penus gebruik? Welke uitgang ik het geef? Zolang ik maar niet spreek als een buitenlander, toch?

6 Maar wat ik niet wil, is een verkeerd woord gebruiken voor iets wat we elke dag nodig hebben. Want dat doet een slaaf die op een slavenmarkt Latijn leert spreken. Wat ik dus wél graag wil weten: wat betekent penus precies en wat betekent het niet?"


Favorinus stelt 'moeilijke' vragen

7 "Dat is geen moeilijke vraag", zei de filoloog. "Iedereen weet toch dat met penus wijn, tarwe, olijfolie, linzen, bonen en andere voedingsmiddelen van dit type bedoeld wordt."

8 "En bosgierstgras, gierst, eikels en gerst, is dat ook penus?" ging Favorinus verder. "Want ook dat zijn voedingsmiddelen van dit type."

9 De filoloog wist het even niet meer en klapte dicht. Waarop Favorinus zei: "Breekt u het hoofd maar niet meer over het feit of u die dingen penus mag noemen of niet. U hoeft ook geen voorbeelden meer te geven. Zoudt u mij daarentegen de begripsbepaling van het woord kunnen geven, door zijn soort [Lat. genus] en onderscheidende eigenschappen [Lat. differentia] te bepalen?" "Mijn god", zei de filoloog. "Welke soort en welke onderscheidende eigenschappen?"

10 "U vraagt me iets wat ik net duidelijk heb gezegd. Moeilijk om het nog duidelijker te zeggen. Iedereen weet toch dat elke begripsbepaling uit een soort en onderscheidende eigenschappen bestaat?

11 Maar als u wil dat ik dit 'voorkauw' voor u, zoals ze zeggen, bewijs ik u graag die eer."

12 Favorinus begon zo: "Als ik u nu vraag te definiëren, met woorden af te bakenen als het ware, wat nu precies een 'mens' is, denk ik niet dat u zal antwoorden dat u en ik mensen zijn. Want dat is laten zien wat een mens is, niet zeggen wát een mens is. Als ik u vraag een definitie te geven van de mens an sich, antwoordt u beslist dat de mens een sterfelijk wezen is, met redelijk inzicht en kennis. Of u zou hem op een andere manier definiëren door hem te onderscheiden van andere dieren. Op dezelfde manier vraag ik u het begrip penus te definiëren. Ik vraag u niet om voorbeelden."


De 'taalkundige' klapt dicht

13 Waarop die praalhans deemoedig en met een zacht stemmetje zei: "Ik heb geen filosofie gestudeerd. Dat wilde ik ook helemaal niet studeren. Ik weet dus niet of gerst penus is en ook niet hoe ik penus moet definiëren. Maar dat betekent nog niet dat ik geen benul heb van andere wetenschappelijke disciplines."

14 Favorinus lachte. "Weten wat penus betekent, behoort toch niet minder tot de kennis van een filosoof, zoals ik, dan tot die van een filoloog, zoals u.

15 U weet toch, geloof ik, hoe dikwijls men zich afvraagt wat Vergilius nu precies heeft geschreven: ‘penum instruere longam of longo ordine’ (3). U weet wellicht ook dat beide lezingen bestaan.

16 Maak u trouwens niet druk. Zelfs rechtsgeleerden die oude wetten bestuderen en die we ‘wijs’ noemen, zouden geen goede definitie kunnen geven van het begrip penus.


Mucius heeft echt wat te vertellen

17 Quintus [Mucius] Scaevola definieerde – dit is toch wat ik hoorde - het begrip penus als volgt. 'Penus bevat spijs en drank. Het gaat om alles wat ingeslagen wordt voor de pater familias, zijn kinderen en het voltallige personeel, en voor hen die niet werken (4). Dit noem je volgens Mucius penus (5). Wat je elke dag te eten klaarmaakt voor de lunch en het diner en wat je erbij drinkt, noem je geen penus. Wel de voedingsmiddelen bestemd voor het gebruik op langere termijn. En dat omdat ze in het diepste deel [Lat. penitus] van het huis worden opgeborgen en bewaard. Voedsel dat dus niet meteen voorhanden is.'

18 Ook al koos ik voor de filosofie, toch heb ik me ook met dit soort zaken beziggehouden. Want als Romein een zaak met een verkeerd woord aanduiden is even schandelijk als iemand met een verkeerde naam aanspreken."


Gellius' bewondering voor Favorinus

19 Zo wist Favorinus een openbare discussies als deze, over onbelangrijke futiliteiten, om te buigen tot een interessant en leerzaam gesprek. Het thema bracht hij dus niet, met veel vertoon, uit eigen beweging aan. Het gesprek zélf bracht hem op het idee: het thema ontstond uit het gesprek.


En wat zeggen anderen over het Latijnse penus?

20 Tot slot wil ik over penus nog dit kwijt. Volgens Catus Aelius gaat het niet alleen om spijs en drank. Ook wierook en kaarsen beschouwen we als penus. Want die halen we in huis met hetzelfde doel. Dat schreef Servius Sulpicius in zijn Kritiek op Scaevola (6).

21 Volgens Masurius Sabinus moet je ook de voorraad aangelegd voor het lastvee van de pater familias, rekenen tot de penus. Dat zegt hij in het tweede boek van zijn Burgerlijk recht (7).

22 Sommigen rekenen ook hout, takken en steenkool tot de penus omdat dit alles nodig is voor de bereiding, zegt hij.

23 Van dit alles, dat op dezelfde plek in huis bewaard wordt (voor eigen gebruik of voor verkoop), valt slechts datgene wat voldoende is voor één jaar onder het begrip penus, zegt hij.


Noten bij de vertaling

(1) Het gaat hier om keizer Hadrianus (117-138) of om Antoninus Pius (138-161).

(2) F. Marx, C. Lucili Carminum Reliquiae (Leipzig 1904-1905), 519

(3) Aen., 1, 703

(4) Dit klinkt hier een beetje raar. Wellicht om duidelijk te maken dat het niet gaat om voedsel voor landbouwers of stadsarbeiders.

(5) F. Bremer, Iurisprudentiae Anthehadrianae quae supersunt (Leipzig 1896-1901), 2.5

(6) Frag., 3 Bremer, t. 1, p. 220. Cf. 2.10.1

(7) Frag., 38 Bremer.


Literatuur

René Marache, Aulu-Gelle. Les nuits attiques I-V (Parijs 2002)


​John C. Rolphe, Gellius. Attic Nights. Books 1-5 (Londen 1946)​


Meer weten?

Meer over Favorinus lees je in: Tinne Horemans, Prikkelend, praktisch en een horzel in de pels. Favorinus in de Attische Nachten. Hermeneus 91-2 (2019).

留言


bottom of page