top of page
  • Tinne Horemans

5.9 Hoe een mond niet gesnoerd, maar 'ontsnoerd' wordt

Hierbij een anekdote over de stomme zoon van Croesus, die ik vond in het werk van Herodotus.


1 Toen de zoon van koning Croesus de leeftijd had bereikt waarop men kan spreken, kon hij dat niet. Ook als jongeman kon hij het niet. Lange tijd dacht men dat hij stom was en geen stem had.


2 Op een dag brak oorlog uit. De stad waarin hij woonde, werd bezet en zijn vader gevangengenomen. Toen de vijand met uitgestrekt zwaard op zijn vader afstormde (zich niet bewust van het feit dat dit de koning was), opende de jongeman zijn mond en probeerde het luid uit te schreeuwen. Die krachtinspanning, de force waarmee hij uitademde, was zo groot dat hij zijn handicap overwon en de knoop in zijn tong doorhakte. Hij sprak, helder en nadrukkelijk. Luid schreeuwde hij naar de vijand dat hij koning Croesus niet mocht doden.


3 De vijand trok zijn zwaard in en liet de koning leven. En van toen af aan begon de jongeman - op een volwaardige manier - te spreken.


4 Dit verhaal noteert Herodotus in zijn Historiën (1). Volgens hem waren de eerste woorden van Croesus’ zoon: “Man, dood Croesus niet.”


5 En er is ook een atleet van het eiland Samos (2), Echeclous. Men vertelt dat ook hij stom was en om een soortgelijke reden begon te spreken.


6 Tijdens een wedstrijd ter ere van een godheid verliep de loting tussen de inwoners van Samos en hun tegenstanders niet eerlijk. Toen Echeclous in het oog kreeg dat iemand een lot met een valse naam erbij wierp, schreeuwde hij - totaal onverwachts en behoorlijk luid - tegen de man dat hij wel doorhad wat hij aan het doen was (3).


Ook zijn tong had zich plots bevrijd van knellende boeien en ook hij sprak van toen af aan zonder angst en zonder te stotteren, zijn hele verdere leven.


Noten bij de vertaling

(1) Herodotus vermeldt dit verhaal (I. 85 ). Cicero verwijst ernaar (Diu. 1.53. 121). De scène speelt zich af in 547-546 v. Chr. wanneer de Perzen Lydië invallen.


(2) De anekdote over Echeclous vermeldt ook Valerius Maximus (1.8. ext. 4).


(3) Hoe deze atleet precies werd bedrogen in het verhaal van Gellius is niet duidelijk. Misschien werd het lot geworpen om te bepalen welke van de deelnemers aan elkaar moesten worden gekoppeld, en werd hij gekoppeld met een ongeschikte tegenstander.


Literatuur

R. Marache, Aulu-Gelle. Les Nuits Attiques. Livres I-IV (Parijs 2002)

J.C. Rolfe, Aulus Gellius. The Attic Nights. Books 1-5 (Londen 1946)


bottom of page