top of page
  • Tinne Horemans

6.12 Een man in tunica met lange mouwen is not done, zegt P. Africanus

Sulpicius Galus droeg een tunica chiridota [Nl. ‘met lange mouwen’] wat Publius Africanus een regelrechte schande vond.

1 Een man in een brede tunica met lange mouwen, tot aan de vingers, werd in Rome en heel Latium als aanstootgevend beschouwd.


2 Voor deze tunica’s gebruikten wij, Romeinen, het Griekse adjectief chiridota [Nl. ‘met lange mouwen’]. Dit vormeloos, lang en breed kledingstuk vonden Romeinen enkel voor vrouwen geschikt, omdat het hun benen en onderarmen aan het oog onttrok.

3 Romeinse mánnen daarentegen droegen eerst géén tunica onder hun toga. Later hadden ze strakke, korte tunica’s aan met mouwen tot aan het begin van de schouder. De Grieken noemden die tunica’s εξωμίδας [Nl. ‘zonder mouwen’].

4 Publius Africanus [Scipio Aemilianus, red.] was bijzonder gehecht aan deze ouderwetse degelijkheid. Hij was dan ook de zoon van Paulus, een man die uitblonk in goed en eerzaam gedrag. P. Africanus vond Sulpicius Galus’ tunica – die zijn héle hand bedekte – absoluut not done. Ook was deze Galus een dandyesk type. Scipio gaf hem daarom een felle uitbrander.

5 Dit is wat hij zei: "Wie zich elke dag parfumeert en mooi maakt voor de spiegel, zijn wenkbrauwen epileert, zijn baard trimt en zijn dijbenen onthaart, wie al op zeer jonge leeftijd in een toga met lange mouwen aan tafel aanligt en zijn minnaar de betere plaats geeft, wie niet alleen gek is op wijn, maar ook op mannen, denk je dat er ook maar iémand aan twijfelt dat zo’n man precies doet wat een jongenshoer doet?"

6 En ook Vergilius vindt dit soort tunica’s verwijfd, en pervers: "Hun tunica’s hebben mouwen, en hun mutsen hebben linten." (1)

7 Ook is het duidelijk dat Ennius niet zonder afkeer sprak over de ‘Carthaagse jeugd in tunica’. (2)

Noten bij de vertaling

(1) Aen. 9, 616: "Gij draagt kleren, bestikt met saffraan en glanzend purper, nietsdoen streelt uw hart, gij vindt in de dans behagen. Lange mouwen draagt uw kleed, keelbanden sieren uw muts. Eigenlijk Trojaanse vrouwen, geen Trojanen!"

(2) Ann. 325 in J. Vahlen, Ennianae Poesis Reliquiae, ed. 2a (Leipzig 1928)


Literatuur


R. Marache, Aulu-Gelle. Les nuits Attiques. Livres VI-X (Parijs 2002)


J.C. Rolfe, Gellius Attic Nights Books 6-13 (Londen 1946)

Meer weten?


bottom of page