top of page
  • Tinne Horemans

9.2 Herodes zet pseudofilosoof op zijn nummer

Een kerel die met een het goeie kapsel en de juiste kleren onrechtmatig aanspraak maakte op de titel en de persoonlijkheid van een filosoof, werd door Herodes Atticus de mantel uitgeveegd.

1 Ik was erbij toen Herodes Atticus, voormalig consul en befaamd om zijn briljante geest en welsprekendheid in het Grieks, benaderd werd door een kerel in een Griekse mantel, met lange haren en een baard tot over zijn onderbuik. Toen deze nobody om wat geld bedelde voor brood,

2 vroeg Herodes: "En wie ben jíj in godsnaam?"

3 Woedend keek deze man. En ik maak geen grapje, op verwijtende toon zei hij: "Ik ben een filosoof". Meer nog, hij zei het nogal vreemd te vinden dat Herodes het nodig vond te vragen wat hij met eigen ogen kon zien.

4 Herodes zei wat terug: "Ik zie een baard en een mantel. Een filosoof heb ik nog niet gezien.

5 Of moet ik in joú een filosoof zien? Wees dan in ‘s hemelsnaam zo goed mij te vertellen hoe je mij daartoe gaat brengen."

6 Ondertussen vertelden enkelen uit Herodes’ entourage dat deze man een landloper was die nergens voor deugde. Een habitué van smerige kroegen die de gewoonte had iemand schaamteloos de huid vol te schelden als hij niet kreeg wat hij vroeg. Toen zei Herodes:

7 "Van welk allooi hij ook is, laten we hem wat geld geven. Omdat wíj mensen zijn, niet omdat híj een mens is." Hij gaf opdracht hem genoeg geld te geven voor 30 dagen brood.

8 Meteen keek Herodes ons, zijn leerlingen, aan en zei: "Musonius vroeg 1000 sestertiën te geven aan zo’n kerel, een klaploper die zich voordeed als filosoof. En terwijl haast iedereen hem een nietsnut noemde, een bandiet en een snoeshaan die werkelijk niéts waard was, zou Musonius met een glimlach hebben gezegd ἂξιος οὖν ἐστιν ἀργυριου , 'in dat geval is hij géld waard'."

9 "Maar dat dit geesteloze ongedierte zichzelf zonder enige schaamte filosoof noemt en zo onrechtmatig aanspraak maakt op een eerbiedwaardige titel, ergert me mateloos en maakt me razend.

10 Mijn voorouders, de Atheners, verboden bij officieel decreet slaven ooit de namen Harmonius of Aristogeiton te geven: jonge helden die Hippias de tiran probeerden te doden om de vrijheid te herstellen. Want de namen van mannen die zich opgeofferd hadden voor de vrijheid van het vaderland bezoedelen door ze ook aan slaven te geven, beschouwden mijn voorouders als heiligschennis.

11 Waarom laten wij dan toe dat de meest eerbiedwaardige titel, die van filosoof, onteerd wordt door het grootste rapaille? Wel hoorde ik dat de oude Romeinen iets gelijkaardigs deden, maar dan omgekeerd. De senaat verbood de voornamen van patriciërs die zich slecht hadden gedragen jegens de republiek, en daarom ter dood veroordeeld, aan een patriciër van dezelfde familie te geven. Zo zouden niet alleen zijzelf, maar ook hun namen geschandmerkt worden en van de aardbodem verdwijnen."

Literatuur


R. Marache, Aulu-Gelle. Les nuits Attiques. Livres VI-X (Parijs 2002)


J.C. Rolfe, Gellius Attic Nights Books 16-13 (Londen 1946)


Meer weten?

Over Herodes' optreden in de Attische Nachten lees je meer in: Tinne Horemans, Herodes Atticus: een koele criticus in de Attische Nachten. Hermeneus 92-20 (2020), p. 52-57

Comments


bottom of page