top of page
  • Tinne Horemans

5.1 Musonius houdt niet van ijdel handgeklap

Na een filosofisch betoog uitte het publiek zijn bewondering met luid geschreeuw en handgeklap. Filosoof Musonius had hier geen goed woord voor. Zijn kritiek was fel.

1 Ik hoorde dat Musonius gewoonlijk […]. Hij zei: "Wanneer een filosoof aanmaant, waarschuwt, raad geeft of een filosofisch thema bespreekt, uiten zijn luisteraars uit volle borst en door het dolle heen lofprijzingen die niets zeggen, gemeenplaatsen. Ze gaan daarbij ook nog eens schreeuwen en zwaaien. En door de charme van zijn taal en de intonatie en het ritme van zijn woorden, worden hun hartstochten aangeblazen, en nog altijd heftig zwaaiend, raken zij in drift. Op dat moment weet je dat zowel de spreker als de luisteraar zijn tijd verdoet: het publiek luistert niet meer naar een toespraak van een filosoof, maar naar een fluiter die zijn instrument bespeelt."

2 "Een geest", vertelde hij, "die werkelijk aandacht heeft voor de filosoof, heeft de ruimte en de tijd niet voor een lang en uitbundig applaus. Die aandacht is natuurlijk enkel mogelijk als wat de filosoof te vertellen heeft nuttig en heilzaam is, en remedies biedt tegen allerlei zwakheden en slechte karaktereigenschappen.

3 Als de luisteraar geen bedorven karakter heeft, krimpt hij tijdens zo'n betoog ineen. Stiekem schaamt hij zich en werpt een kritische blik op zichzelf. Ook geniet hij en is hij vol bewondering. Zijn gezicht verraadt uiteenlopende gevoelens, naargelang het effect dat de filosofische toespraak heeft op hem, en op het geweten van zowel het onbedorven als het bedorven deel van zijn geest."

4 Hij zei verder ook dat bewondering wel kan samengaan met uitbundige loftuitingen, maar dat hele diepe bewondering eerder aanleiding geeft tot stilte dan tot woorden.

5 "Daarom", zei hij, "liet de wijste dichter [Homerus, red.] Odysseus’ luisteraars niet opspringen, razen of luid tekeer gaan na zijn prachtige verhaal vol avonturen. Integendeel, hij schreef dat ze allemaal muisstil werden, verdoofd, als door de bliksem getroffen. Want de bekoring die uitging van zijn woorden, kropte hen in de keel. Zo zei hij het: en allen bewaarden zachtjes de stilte. In de greep van een betovering, in een donkere zaal." (1)

Noten bij de vertaling

(1) Homerus, Odysseus, 13.1


Literatuur

René Marache, Aulu-Gelle. Les nuits attiques. Livres V-X (Parijs 2002)

John C. Rolphe, Gellius. Attic Nights. Books 1-5 (Londen 1946)

Meer weten?

Rufus neemt hier stelling tegen de zogeheten Tweede Sofistiek, een stroming die ingang vond in Gellius’ tijd.


Meer over dit fenomeen lees je in:


- Tinne Horemans, Aulus Gellius’ Noctes Atticae : een selectie van essays met stoïcijnse en cynische thematiek voorzien van inleiding, vertaling en commentaar (masterproef) (Brussel 2015), p. 22


bottom of page