top of page
  • Tinne Horemans

Voorwoord (Lat. Praefatio)

1 *** met ook grappige essays, ontspannend voor mijn kinderen, wanneer ze het even niet druk hebben of bezig zijn met iets.

De vorm van dit werk

2 In mijn oeuvre bewaarde ik de willekeurige volgorde waarin ik fragmenten uit werken overschreef. Zodra ik iets las, in het Grieks of in het Latijn, wat ik interessant vond, of iets hoorde wat ik wilde onthouden, maakte ik hiervan notities. Wat het ook was, zonder onderscheid, alles door elkaar. Ik bewaarde deze informatie als geheugensteun, waardoor een encyclopedische ‘voorraadkamer’ ontstond. Wanneer een uitspraak of iets anders mij toevallig niet te binnen schoot (en ik de boeken niet meer in mijn bezit had), vond ik het daar met gemak en snel weer terug.

3 Deze essays gaan over heel uiteenlopende thema’s, net als de korte notities die ik vooraf maakte. In die notities - van scherpzinnige redevoeringen en de zaken die ik las – bracht ik geen ordening aan.

De titel van dit werk

4 Omdat ik als tijdverdrijf begon met het schrijven van deze essays (1) tijdens de lange winternachten, op het platteland van Attica, gaf ik mijn boek als titel Attische Nachten. De meeste schrijvers van zulke werken, zowel Griekse als Latijnse, gaven een originelere titel. Ik deed dat niet.

5 Omdat die encyclopedische werken een bonte variatie aan kennis bevatten, waren deze titels - in de geest van het werk – ook een beetje gezocht.

6 Sommigen gaven hun boek als titel Muzen, anderen Bossen. De ene Mantel, de andere De hoorn van Amaltheia. Dan weer iemand Honinggraat en sommigen Honingdranken. Iemand Vruchten van mijn lectuur, iemand anders Bloemlezing van oude schrijvers, en nog een andere De ruiker en weer een andere Ontdekkingen.

7 Er zijn er ook die hun boek Lampen als titel gaven, anderen Tapijt, sommigen Encyclopedie, anderen Helicon, en Problemen, en Dolken (2).

8 Iemand gaf als titel Memoires, een ander Feiten, nog een ander Bijkomstigheden, dan weer één Voorschriften, of Beschrijving van de natuur, en Universele geschiedenis, en ook Weide, zelfs Boomgaard en één die als titel Gemeenplaatsen bedacht. Er zijn ook veel schrijvers die hun boek Mengelwerk noemden.

9 En je hebt ook nog titels als Morele brieven, Thema’s in briefvorm, of Allerlei thema’s. En verder nog erg grappige titels, die op een erg elegante stijl wijzen.


10 Zo groot is mijn talent niet. Ik heb zonder nadenken, wat onhandig misschien, voor de titel Attische Nachten gekozen. Vanwege plaats en tijd. Ik verschil dus heel wat van die andere schrijvers: niet alleen verdienen hun titels meer lof, ook hun stijl is verfijnder en eleganter.

De inhoud van dit werk: een shortcut naar meer


11 Toen ik fragmenten uitkoos en notities maakte, had ik ook een ander doel voor ogen. Bovenstaande schrijvers, en dan vooral de Griekse, vegen het grootste deel van al die weetjes, waarop ze bij toeval botsen, met een zogenaamde ‘witte lijn’ (3) grofweg bij elkaar. Enkel kwantiteit streven ze na. Wie zoiets leest, put zich geestelijk uit, ergert zich dood of walgt van het boek voordat hij één of twee fragmenten met plezier gelezen heeft - voor de verfijnde geest en de moeite waard om te onthouden.

12 Ik daarentegen onderschrijf de uitspraak van de beroemde man uit Efeze: Van veel weetjes leer je niets bij (4). Ook ik vond al die boeken geestdodend. Elke pauze die ik nam, elk vrij moment van mijn drukke bestaan, rolde ik boekrollen uit en nam ze door. Het waren er eindeloos veel. De klus was zwaar en ze matte me af. Weinig fragmenten haalden uiteindelijk mijn boek. Alleen die fragmenten heb ik uitgekozen die bij snelle, energieke geesten het verlangen opwekken naar nuttige en diepgaande kennis. Voor hen zijn de Attische Nachten een handige shortcut naar meer. En voor mensen die het razend druk hebben en weinig afweten van taalkunde of geschiedenis, zijn de Attische Nachten een afdoend middel tegen onwetendheid. Onwetendheid is barbaars en aanstootgevend. Dat lijdt geen twijfel.

13 In mijn essays behandel ik enkele ingewikkelde, lastige kwesties uit de taalkunde, de dialectiek en de meetkunde. Een klein aantal essays is misschien een ver-van-je-bed-show, ze gaan over het ius augurium en het ius pontificium. Maar onderwerpen als deze moet je niet uit de weg gaan. Kennis ervan is nuttig. En te veel denkwerk vragen deze niet. Want mijn onderzoek ging nooit diep. Ik wilde niet alles in detail vertellen. Wat ik schrijf over de vrije kunsten (Lat. artes ingenuae) is slechts oppervlakkig, je krijgt een voorproefje als het ware. Een keurig en ontwikkeld man moet van dit alles toch iets weten of kennen. Als dat niet zo is, is dat beschamend of op zijn minst onfatsoenlijk.

Mijn advies aan de lezer

14 Heb je soms tijd en zin om mijn ‘nachtwerk’ te lezen? Dan vraag ik je met aandrang: zet bepaalde essays niet weg als banaal of ‘populair’ omdat je de inhoud al kende.

15 In de literatuur bestaat toch niéts dat zo buitenissig is dat niémand er iets over weet. Hoe het ook zij, de inhoud van mijn essays heb je niet tot vervelens toe op school gehoord, en ook niet eindeloos vaak in andere essaybundels gelezen. Dat maakt mijn werk aantrekkelijk.

16 Stel nu dat iets waarvan je nog nooit gehoord hebt of waarvan je niets afweet, je ergernis wekt. Dan vind ik dat je onbevangen verder moet lezen. En je af moet vragen of die kleine, bescheiden stukjes tekst wel zo onbenullig en banaal zijn. Zetten ze je niet aan tot verder onderzoek? Zorgen ze niet voor leesplezier en geestelijk genot? Verkwikt de inhoud je geest niet? Is de bundel zelf geen goede geheugensteun? Maken deze essays geen betere redenaar van je? Wordt je uitspraak niet zuiverder? En vooral: deze vrijetijdsbesteding, het plezier dat je tijdens deze leesuren beleeft. Het strekt een Romeins man tot eer.

17 Ik vraag je nog iets anders. Soms is de inhoud van een essay niet helemaal duidelijk omdat ik niet alles tot in detail uitleg. Beschouw deze essays dan niet als informatieve, maar vooral als prikkelende teksten. Ze zetten je op een bepaald spoor, je wandelt zelf verder. En dat doe je op jouw manier: jij gaat op zoek naar het juiste boek, jij roept de hulp in van een leraar.

18 En als je kritiek hebt op een bepaald essay, uit die kritiek dan – als je durft - op de schrijver die ik citeerde. En als je iets anders las bij een andere schrijver, word niet meteen boos. Denk eerst eens even goed na over de argumenten die ik geef bij een bepaalde uitspraak, en de autoriteit van de mensen die ik en de andere schrijver citeerden.

Wie de Attische Nachten beter niet leest

19 En dan heb je nog mensen die totaal geen plezier scheppen in lezen, studeren, schrijven en nadenken, en het zeker nooit de moeite vonden hiervoor een nacht op te blijven. Mensen die hun gedachten helemaal niet willen scherpen in gesprek of dialoog met aanhangers van dezelfde Muze. Mensen die in beslag worden genomen door hun werk en de hectiek van alledag. Die mensen raad ik de Attische Nachten af. Zij zoeken beter een andere vorm van ontspanning. Een oude uitspraak luidt: De kraai heeft niets met de lier, de marjolein niets met het zwijn.

20 Om die armoedige, afgunstige, slecht opgeleide mannen weg te jagen, citeer ik enkele anapesten uit een koorlied van Aristophanes, een man met een goed gevoel voor humor. Zijn toneelstukken mocht je enkel onder een bepaalde voorwaarde bekijken. En die voorwaarde leg ook mijn lezers op. Ben je een kuddedier? En geen vereerder van de Muzen? Heb je niets met hun school? Blijf dan uit de buurt van mijn werk, raak het niet aan.

21 Dit zijn de verzen waarin Aristophanes zijn voorwaarde stelt:

Nu moeten zwijgen en voor ons, het koor, snel uit de weg gaan!

Wie onze taal niet is gewend of wie niet rein van geest is,

Wie nooit het heilig muzenfeest gezien heeft of gevierd heeft. (…)

Aan al diegenen roep ik toe en roep het weer en nog eens

opzij te gaan voor ’t mystenkoor. U, doet uw zangen klinken

die bij dit nachtelijk festijn en bij deez’ dans behoren! (5)


Wat doe ik nu?


22 Vandaag heb ik een essaybundel afwerkt die bestaat uit twintig boeken.


23 Zolang ik leef – en de goden het mij vergunnen - zal ik elk vrij uur, elk moment waarop ik vrij ben van huishoudelijke beslommeringen, zoals het opvoeden van mijn kinderen, besteden aan het verzamelen van fragmenten, net zo kort en onderhoudend als deze.


24 Naarmate ik ouder word, zullen – als de goden mij een handje helpen – nog meer boeken verschijnen, al zijn het er misschien niet al te veel meer. Ik hoop overigens niet ouder te worden dan de dag waarop ik nog notities kan maken in mijn aantekenboekje.


25 In het begin van elk boek vind je een lijst met de hoofdgedachte van elk essay. Zo zie je meteen wat in elk boek staat. Het maakt je zoektocht makkelijker.



Noten bij de vertaling


(1) Ik vertaalde het Latijnse commentationes en commentarii met ‘essays’ en annotationes met ‘notities’ die hij vooraf maakte en die hij later zou verwerken tot ‘essays’.

(2) Om welke schrijvers het gaat of zou kunnen gaan lees je in René Marache, Aulu-Gelle Les Nuits Attiques. Livres I-IV (2002 Paris), p. 2


(3) Afkomstig van een uitspraak in het Grieks bij Sophocles, Frag. 30 uit A. Nauck, Tragicorum Graecorum Fragmenta (Leipzig 1857): "Een krijtlijn van een huizenmaker, laat geen sporen na op een witte achtergrond."

(4) Heraclitus, Frag. 40 uit: H. Diels, Die fragmenta der Vorsokratiker, ed. 11a (Berlijn-Zurich 1964)

(5) Aristophanes, Kikkers, 354 (ev.) & 359 (ev.). Vertaald door M. D’Hane-Scheltema (Bussum, 1971)

Literatuur

René Marache, Aulu-Gelle. Les nuits attiques. Livres I-IV (Parijs 2002)

John C. Rolphe, Gellius. Attic Nights. Books 1-5 (Londen 1946)

Meer weten?

Tinne Horemans, Aulus Gellius’ Noctes Atticae : een selectie van essays met stoïcijnse en cynische thematiek voorzien van inleiding, vertaling en commentaar (masterproef) (Brussel 2015), p. 25-30

55 weergaven
bottom of page